Kaddish voor David Susskind

Vrijdag laatstleden is op 86-jarige leeftijd David Susskind in Brussell overleden. Susskind was een voorvechter van de Palestijn-Israëlische dialoog, van een duurzame en billijke oplossing van het conflict tussen beide volkeren. Hij was een waarachtig Mensch.

Mensch is Yiddish voor mens. Joden, zowel gelovige als niet-gelovigen, gebruiken de term om iemand te omschrijven die ze bewonderen, voor een nobel en moreel hoogstaand iemand. David Susskind werd door velen als dusdanig beschouwd – ook door mezelf. De Kaddish is in de joodse cultuur en liturgie een ode, een eerbetoon, een loflied (of lofpreek).

De laatste keer dat ik David Susskind, diamanthandelaar op rust en atheïstische rabbijn (ja dat is mogelijk !), zag was vorig jaar tijdens een debat met de kritische en dwarse Israëlische journalist Gideon Levy (verbonden aan de progressieve krant Haaretz) aan het sociologisch instituut van de Franstalige (Vrije) Universiteit Brussel.

De in Vlaanderen veel te weinig gekende David Susskind speelde, vanuit Brussel en meer bepaald vanuit ‘zijn’ Centre communautaire laïc juif’ (het joods lekencentrum), al sinds de jaren zestig, een belangrijke rol in de Palestijns-Israëlische dialoog. Hij had erg goede contacten met de Israëlische, gematigd zionistische en niet- of azionistische, linkerzijde; gaande van elementen binnen de Arbeiderspartij tot de Vrede Nu-beweging. Hij was ook een persoonlijke vriend van de in 1995 vermoorde Israëlische premier Yitzchak Rabin - de man van de Oslo-vredesakkoorden.

Al vanaf de jaren zestig zette de ex-communist Susskind zich in voor een billijke/realistische oplossing van het Palestijns-Israëlische vraagstuk: een Palestijnse staat, naast (het behoud van) Israël. Zo organiseerde hij in dat verband al in 1960 in Brussel een internationale conferentie waaraan ook de toenmalige Sovjet-leider Nikita Khrouchtchev deelnam.Susskind behoorde tot diegenen die in 1993 onder leiding van de Brusselse communistische voorman Jacques Grippa de officiële Moskou-gezinde KP verliet om een nieuwe Belgische, pro Chinese/maoïstische, communistische partij te vormen – de eerste ter wereld van die slag trouwens. Die Grippistische KP telde onder haar rangen nogal wat lieden met een joods pedigree (o.a. René Raindorf en Michel Graindorge).

Lucas Catherine (een Vlaams publicist over de Palestijns-Israëlische kwestie en de Palestijnse en Israëlische geschiedenis, maar vanuit een tiermondistische en romantisch-revolutionair perspectief, die niet zelden balanceert op de dunne grens tussen antisemitisme en misbegrepen antizionisme en behoorlijk selectief/manipulatief omspringt met feiten en bronnen) omschrijft in zijn recente (flut)boekje ‘De Israël Lobby’ David Susskind en zijn echtgenote Simone, met weinig kennis van zaken en veel vooroordelen, als ‘zachte zionisten’. In zijn zo mogelijk nog meer betwistbare en nog zwakkere boekje ‘De zionistische lobby’ (uit 1980) werd het echtpaar Susskind, even misplaatst, ‘verlichte zionisten’ genoemd.

David en Simone Susskind zijn echter 1000 keer verdienstelijker voor de oplossing van het Palestijns-Israëlische vraagstuk dan raddraaier Catherine. Hij en lieden van zijn ideologische gezindheid, al dan niet lid van de PvdA, excelleren in het maken van karikaturen van complexe vraagstukken en het aandragen van simplistische oplossingen er voor. Vanuit de zijlijn, vanuit de marge. En zonder enige zin voor een haalbaar en billijk compromis.

Een typisch voorbeeld van Catherine zijn tendentieuze en selectieve omgang met feiten is dat in geen enkel van zijn talrijke maar nimmer indrukwekkende boekjes melding maakte van het volgende: het was de Sovjet Unie, onder leiding van de door Catherine (en de partij die hem welgezind is – en vice versa: de PvdA) niet onwelgevallige Jozef Stalin, die als eerste in 1948 de opgerichte/uitgeroepen Israëlische staat diplomatiek erkende.

De eerder vernoemde Michel Graindorge, een gekend progressief Brussels advocaat die in de jaren tachtig onderwerp was van pesterijen en erger van extreemrechtse elementen binnen de staatsveiligheid, was, terecht, tijdens de zesdaagse oorlog in 1967, niet eens met de lijn van zijn toenmalige partij: de (pro-chinese) communistische partij o.l.v. Jacques Grippa. Die partij had, net als de officiële pro-Moskou KP en ook de Sovjet-Unie zelf, niet het minste begrip voor de Israëlische (zelf)verdedigingsactie tegen de artillerieaanvallen van Palestijnse fedajien van Al Fatah (met de steun van Syriê) op grenskibboetsen. Zij steunde, net als Moskou, de Palestijnse verzetstrijders en de Arabische regimes, al was hun nieuwe houding niet gespeend van eigenbelang en opportunisme. Die plotse steun van Moskou aan de Arabische landen en het Palestijnse gewapende verzet, als reactie op de Israëlische acties (die uiteindelijk zouden leiden tot de Israëlische zesdaagse (preventieve) oorlog en de annexatie van Arabisch gebied waaronder de Gaza-strook en de Westerlijke Jordaanoever), mocht dan weliswaar zeer gematigd en vooral retorisch zijn (en ingegeven door geostrategisch eigenbelang: de westerse invloed in het Midden-Oosten tegen gaan en de hop om zijn eigen invloed in de regio te vergroten), het betekende een ommekeer in het Russische beleid ten aanzien van Israël. En tevens van de houding van de communistische beweging ten aanzien van de joodse staat.

In zijn in 2008 verschenen boek, ‘Tout compte fait’, een terugblik op zijn (militante) leven, doet Graindorge uit de doeken hoe die koerswijziging ten aanzien van Israël, het joodse vraagstuk en het zionisme dat tot dan als een nationale bevrijdingsbeweging werd beschouwd, leidde tot een breuk met zijn maoïstisch-communistische partij. Hij zou later, deels omwille van hun standpunten inzake het Israëlische-Palestijnse conflict, ook niet aansluiten bij een andere vergelijkbare organisatie/partij zoals de PvdA en voor de rest van zijn dagen een onafhankelijke progressief blijven. De eenzijdigheid van hun standpunten ten opzichte van Israël (de immer ‘slechten’) en de onvoorwaardelijke en kritiekloze solidariteit van de extreem-linkerzijde met de, uiteraard altijd ‘goede’, Palestijnen en hun leiders – al zijn die laatste tot op het bot opportunistische en corrupt – waren en bleven een beletsel om zich daar (terug) te engageren. Men kan daar enkel begrip voor opbrengen.

P.S. Mijn medeleven en innige deelneming aan David Susskind zijn echtgenote Simone en zijn familie.

----------------------------------------------------------------------------------

Noot

Wie zich degelijk (grondig/volledig en zonder de beangstigende vooringenomenheid eigen aan Lucas Catherine) wilt informeren over de oorsprong en de historiek van het Israëlisch-Palestijnse vraagstuk en de (roots van de) zionistische beweging heeft een hele kluif aan de uitstekende boeken van (ex Knack-journalist) Sus van Elzen en wijlen VRT-hoofdredacteur Kris Borms terzake. Hun boeken zijn een ware verademing ten opzichte van de publicaties van  Lucas Catherine.

Kris Borms schreef  in 1980 ‘De kinderen van Abracham. De Palestijnen en Israël’ en in 2000 ‘Tussen Rode ster en Davidster. Waarom communisme en zionisme aartsvijanden werden. Sus van Elzen is de auteur van o.m. ‘Zand erover. De ongrijpbare vrede van Israël en de Palestijnen’ (2004), ‘De Palestijnen. De toekomst van een droom’ (2007) en dit jaar ‘In lood gegoten. Israël en de tragedie van de Joodse staat’.

Over David Susskind maakte documentairemaker Willy Perelsztejn in 2007 een parchtige film/reportage:  'Sois un Mensch, mon fils. David Susskind: Les combats d'unnne vie' een film/reportage. Die documentaire, die op DVD bestaat (uitgegeven door Cinéart) werd  vorig jaar door de Humanistische Omroep uitgezonden.  Er bestaat ook een boek over Susskind (‘Suss’ voor de vrienden): Le don de Mala-Léa. David Susskind : l'itinéraire d'un Mensch.  Het werd in 2006 uitgegeven bij Le grand mrroir en geschreven door Vincent Engel.

Wie meer wenst te vernemen over de politiek van het Stalin-regime ten opzichte van de Joden in de Sovjet Unie (beleid dat aanvankelijk erg begripsvol was, zodanig zelf dat ze een eigen 'land' kregen binnen de USSR - Yddishland - maar al snel omsloeg om uiteindelijk te eindigen in antisemitisme en repressie) doet er goed aan om de lopende erg interessante tentoonstelling in het Brusselse Joods Museum te bezoeken: Ambachtslui en landbouwers van Yddishland (1921-1938)

----------------------------------------------------------------------------------

Deze blogpost verscheen oorsponkelijk als ‘notitie’ op mijn Facebook wall. Er kwamen de volgende reacties op van FB-vrienden (en die kregen onderstaande replieken).

Tessa Vermeiren: Zonde dat je deze kaddisj minder groot maakt door er een afrekening met LC van te maken. Je had misschien kunnen vermelden dat veel grote Palestijnen Susskind en Simone zeer waardeerden en ze tot hun vrienden rekenden.

Marc Ernst: @ Tessa: ik heb niet de indruk dat ik echt met Catherine 'afreken'. Ben inderdaad niet lief voor deze publicist, maar ik ben al jaren verbaasd en geërgerd over het feit dat zijn geschriften - waar toch wel aardig wat op af te dingen valt - zo kritiekloos worden geslikt door een bepaalde linkerzijde.

Dat heb ik voor het eerst gedaan in 1980 (in het blad van het Anti Fascistisch Front) naar aanleiding van zijn echt bedenkelijke 'De zonen van Godfried van Bouillon. De zionistische lobby in België'. Dat boek was zo gortig dat zelfs de redactieraad van de toenmalige EPO-dossiers - het verscheen in die reeks - zich er van distantieerde. Dat waren: Walter de Bock, Paul Goossens, Paul Koeck en Piet Piryns. Ze namen daarbij trouwens ontslag als redactie(raad) van die EPO-dossiers. Ik bezit nog een exemplaar waarin hun namen overplakt zijn.

De toenmalige hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, de betreurde Martin van Amerongen, omschreef het als 'ronduit antisemitisch' - een kwalificatie waar ik het niet mee eens ben. Vond en vond nog steeds dat het soms vervaarlijk dicht op het randje er van zit.

Dat Catherine zijn nieuwste boekje, een update van ''De zionistische lobby', 'de Israël lobby' heet is trouwens een impliciete erkenning dat de eerstgenoemde publicatie, om te beginnen in de titel, tot misvattingen en misverstanden kon leiden en ongetwijfeld geleid heeft. Anders gesteld: dat het antisemitische - zelf spreek ik liever van antijoodse of antijudaïstische- vooroordelen heeft gevoed en versterkt.

Je hebt volledig gelijk dat de Susskinds door talrijke 'verlichte' Palestijnen op handen worden gedragen. Het is alleen spijtig dat LC ze alles behalve waardeert en ze in zijn publicaties onrecht aandoet en zelfs schoffeert.

Ik weet uit goede bron dat wijlen Naïm Khader, de PLO-vertegenwoordiger bij de EU (in Brussel) die in 1981 is vermoord, de Susskinds en hun werk/inzet voor de Palestijnse zaak erg op prijs stelde. LC heeft zich echter NOOIT en NERGENS in die zin positief over ze uitgesproken, in tegendeel.

Suzanne Pyra:  « Si je ne suis pas pour moi, qui le sera ? Si je ne suis que pour moi, que suis-je ? Et si pas maintenant, quand ? ». (maxime uit de Torah) R.I.P. David.

Michel Gheude: Dank je Marc. Suss va manquer dans le paysage idéologique actuel de la gauche et ton texte dit bien pourquoi et à quel point son humanisme sera difficile à maintenir dans les années qui viennent.

 

27/11/2011 door Marc Ernst

Weblog van Marc Ernst

 
'Zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet rijden' (Johan Anthierens)

'Uit het botsen der gedachten ontstaat het licht' (John Stuart Mill)

'Je mag je niet laten doen door het crapuul' (Wannes Van de Velde)

op marcernst.com
www (via google)

Blogroll

Onderstaande, Belgische, (alfabetisch gerangschikte) blogs behoren tot mijn ‘favorieten’. Want ze steken met kop en schouder uit boven de middelmaat in het genre. Wie denkt dat zijn/haar blog eveneens in kwalitatief opzicht bovenmodaal is, en dus aanspraak kan maken op een vermelding, mag me dat laten weten.