'In BelgiŽ probeert men in toenemende mate de persvrijheid aan te vechten'

Bovenstaande citaat is afkomstig van een opinion leader die de petitie ondertekende die ik lanceerde naar aanleiding van twee juridische procedures (strafklacht voor o.m. laster en schending briefgeheim, met schadeclaim van 2,5 miljoen euro, en een kortgeding) van consulting-bedrijf Areopa tegen mij. De reden: een aantal kritische online artikels en blogs van mijn hand over het bedrijf en zijn zaakvoerder Ludo Pyis.

Het belang van de juridische stappen van Areopa/Pyis tegen mij overstijgt echter het particuliere geval. Ze zijn een bedreiging voor de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting in het algemeen en de kritische en onderzoeksjournalistiek in het bijzonder. Die vrijheiden komen onder druk te staan. Niet enkel in BelgiŽ maar ook op het niveau van het Europees gerechtshof (zie in dat verband het recente artikel van mediajurist Dirk Voorhoof waarin hij deze evolutie beschrijft).

Zo kreeg een gekend uitgever, eveneens ťťn van de tot op heden 283 ondertekenaars van de door mij gelanceerde oproep voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, vorig jaar een vijftal aanklachten in verband met gepubliceerde boeken. Deze klachten waren meestal van een 'ondraaglijke lichtheid', dixit de uitgever in kwestie.

Groep S, het communicatiebureau van NoŽl Slangen, probeerde enkele maanden geleden publicist Johan Sanctorum het zwijgen op te leggen en financieel te treffen met een van de pot gerukte procedure voor de arbeidsrechtbank. Sanctorum, die een aantal jaren voor Groep S (toen nog Slangen & Partners) werkte, had zich in artikels in de zakenkrant De Tijd en het magazine Menzo en op zijn blog kritisch uitgelaten over het fenomeen spin doctors en de praktijken van het communicatiekantoor. Groep S haalde (gelukkig) bakzeil voor de rechtbank. Het weekblad Knack, dat het eveneens bestond kritisch te berichten over Groep S en NoŽl Slangen, heeft ondertussen ook kunnen kennis maken met de oekazes en juridische guerilla van Groep S /NoŽl Slangen.
 
Een freelance journalist, tevens ondertekenaar van de petitie voor persvrijheid naar aanleiding van de juridische dťmarches van Areopa tegen mij, is een tiental jaar geleden - toen hij zich voor het zakenblad Trends vastbeet in het dossier 'Superclub' en tal van onthullende artikels en later een boek publiceerde over de malversaties van het bedrijf en zijn leiding waaronder Maurits De Prins - niet minder dan zes keer gedagvaard geweest door Superclub/De Prins. Tevens kreeg hij twee strafklachten wegens onder meer laster aan zijn broek. Hij won alle processen en voor ťťn strafklacht werd hem uiteindelijk niets ten laste gelegd. Voor de tweede, die dateert uit 1997, is hij nog steeds niet voor de raadkamer verschenen. Vermoedelijk zal die strafklacht evenmin aanleiding geven tot een heus proces.

Terecht stelt het Platform voor vrije meningsuiting, in een tekst naar aanleiding van de zaak Slangen versus Sanctorum, dat - terwijl journalisten van grote media nog kunnen schuilen onder de paraplu van een machtige persgroep, men momenteel vooral freelance publicisten en onafhankelijke onderzoekers aanpakt-.

Maar zelfs journalisten in vast dienstverband bij grote, gevestigde, media, botsen regelmatig, en de laatste tijd meer en meer, met de (beperkende) interpretatie die sommigen geven aan het begrip persvrijheid. Lees: met de moeite die ze hebben met onwelgevallige informatie.

Toenmalig Trends-redacteur Guido Meulenaer (vandaag hoofdredacteur van het blad) en ex freelance journalist Jos Gavel (nu directeur van het vakblad HR Square) hebben jaren moeten leven met een schadeclaim van 500.000 euro vanwege de Scientology-sekte boven het hoofd omwille van de publicatie van kritische artikels die als 'smadelijke en onjuist' werden beschouwd. Het heeft het duo (en Trends) er echter niet van weerhouden om na de dagvaarding van Scientology als reactie op een eerste reeks artikels, jaren later, een tweede serie te publiceren over de infiltratie van Scientology in de bedrijfswereld. Tot een veroordeling van Gavel of Trends is het nooit gekomen.

Pogingen tot intimidatie van journalisten, al dan niet via gerechtelijke weg, leidden zelden tot versagen en zelfcensuur van de scribent (en/of het medium) die er het voorwerp van is. Doorgaans zijn ze eerder een stimulans om zich met nog meer vastberadenheid in het onderwerp van hun berichtgeving (en instigator van de bedreigende demarches) vast te bijten. Dat hebben ook Groep S/NoŽl Slangen in hun vendetta tegen Knack mogen ervaren: Knack beantwoordde hun juridische aanvallen met nieuwe revelaties.

Ook klachten bij de Raad voor Journalistiek worden soms aangewend om ernstige maar ietwat dwarse journalisten te treffen. Meestal blijken die klachten, na onderzoek, ongegrond. Dat was onder meer het geval met de klacht van Hendrik Seghers, de toenmalige topman van de sindsdien gekapseisde Seghers Groep, tegen De Standaard-economiejournalist Pascal Dendooven (de man die onder meer de exorbitante verloning van de ex Picanol-topman Jan Coene onthulde, wat Coene zijn kop koste).

Areopa diende tegen mij ook een klacht in bij de Raad voor Journalistiek. Het dossier dat het daarbij gebruikte is veelzeggend en ontluisterend voor de ethiek (eigenlijk het totale ontbreken er van) van het bedrijf en zijn zaakvoerder want het bulkt van de onwaarheden en insinuaties. Zo wordt er onder meer te verstaan gegeven (let wel: het staat er niet letterlijk, het wordt met alle retorische trukken van de foor gesuggereerd) dat ik bij een oud werkgever klantenbestanden zou ontvreemd hebben en dat het betreffende bedrijf gerechtelijke stappen hier voor ondernam. Daar is echter niets van aan. In werkelijkheid dagvaardde ik de betreffende ex werkgever waar ik op freelance-basis voor werkzaam was (als hoofdredacteur), wegens onbetaalde facturen. En won dat proces.

Indien ik in ťťn van mijn artikels in dergelijke mate een loopje zou nemen met de werkelijkheid mocht men mij terecht aan de schandpaal nagelen. In feiten doet Areopa in de bundel die het aan de Raad voor Journalistiek bezorgde zelf wat het mij, ten onrechte, verwijt te doen: onjuistheden en zelfs bewuste leugens verkondigen. Areopa/Pyis (hierbij bijgestaan door de toenmalige rechterhand van zaakvoerder Pyis: Nico Willaert, de man die ondertussen in de beklaagdenbank zit in het kader van het Lenout & Hauspie-proces en gedeeltelijk schuld bekende) deinsde er zelfs niet voor terug om mij met list en bedrog te overtuigen van de vermeende onjuistheid van bepaalde gegevens in mijn artikels/blogs.

Op basis van misleidende en in sommige gevallen ronduit valse/vervalste 'bewijsstukken' van Areopa heb ik tijdens een hoorzitting voor de raad voor journalistiek, ietwat voorbarig en volledig ten onrechte, echter toegegeven dat mijn artikels over Areopa/Pyis 'enkele kleine en grotere onjuistheden bevatten'.

Nader onderzoek van mijn kant toonde echter aan dat de fout gewaande info wel degelijk correct is (zie de pagina's 12 - 16 van de synthesebesluiten van mijn raadsman, meester Jos VanderVelpen; tevens voorzitter van de Liga voor mensenrechten).

De Raad sprak zich niet uit over de juistheid of onjuistheid van mijn berichtgeving over Areopa/Pyis maar stelde alleen dat journalisten (en bij uitbreiding bloggers en andere publicisten), pertinente onjuistheden dienen recht te zetten. Mijn berichtgeving over Areopa/Pyis bevat, bij nader onderzoek, echter geen onbetwistbare feitelijke onjuistheden. Enkel een hoop zaken die Areopa/Pyis liever niet gepubliceerd zagen, of tenminste niet in de gebruikte bewoording. Ondertussen maken Areopa/Pyis echter in allerlei procedures tegen mij (eerst in het kortgeding, nu ook in de dagvaarding ten gronde) op manipulatieve wijze misbuik van de uitspraak van de Raad voor Journalistiek door die voor te stellen alsof de Raad mij inhoudelijk in het ongelijk stelde. Van een ploertenstreek gesproken.

Ik blijf geloven in de goede afloop van de gerechtzaken die Areopa/Pyis tegen mij inspanden (lees in het oordeelkundige vermogen van de rechters terzake). Het Europees hof mag dan, zo blijk uit recente arresten, minder stringent vasthouden aan het primaat van de journalistieke vrijheid en vrijheid van meningsuiting dan ze dit (terecht) in het verleden deed - een zorgwekkende evolutie trouwens -, de Belgische magistraten zijn inzake persvrijheid, tot hiertoe, doorgaans, beginselvaster gebleken. En de lagere rechters die dat niet of niet genoeg deden, werden in het verleden teruggefloten door hogere rechtscolleges.

In dat verband is het arrest van het Hof van Cassatie tegen Eric Goeman en Ron Hermans, de auteurs van een onthullend en ontluisterend boek over het Brusselse Vlaams Belang-kopstuk en ex politiecommissaris Johan Demol, belangwekkend en hoopgevend.

Het Hof van Cassatie vindt dat het arrest van 11 oktober 2005 van het Antwerpse hof (van Beroep) een verwaarlozing inhoudt van de persvrijheid zoals gewaarborgd door art. 19 en 25 G.W. en vooral door art. 10 EVRM. Het cassatiearrest benadrukt dat een rechter grondig en concreet moet motiveren waarom er een dwingende sociale noodzaak bestaat ter verantwoording van een overheidsinmenging in de vrijheid van meningsuiting. Bij het opleggen van een maatregel, zo stelt cassatie, moet rekening gehouden worden met de context waarin de mening is geuit, de hoedanigheid van de partijen en de overige bijzondere omstandigheden van de zaak. Dat gebeurde niet in de uitspraak van het Antwerpse hof (van Beroep). De zaak moet nu worden overgedaan voor het hof van beroep in Gent.

Op het gebied van persvrijheid is er ten lande nog niet echt reden tot ongerustheid. Maar waakzaamheid is en blijft geboden. Want de persvrijheid is de laatste tijd in BelgiŽ wel iets minder evident, ze komt er alsmaar meer onder druk te staan.

De Morgen-journalist Douglas De Coninck zal dit wellicht niet tegenspreken. Hij is door de rechtbank van Dendermonde gedagvaard omdat hij het onderzoek naar de moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer 'ernstig gehinderd heeft'. De Coninck verwees in de artikels die hij destijds hier over in Humo schreef naar stukken uit het dossier. De journalist heeft nochtans enkel zijn job en verdomde plicht gedaan: het publiek informeren, op basis van de gegevens waarover hij beschikt. Enkel perfide geesten en mensen van slechte wil kunnen daarbij denken dat hij daadwerkelijk het onderzoek, dat al jaren op erg stuntelige manier is gevoerd (en eigenlijk onderwerp zou moeten zijn van een onderzoek naar het disfunctioneren van het gerecht, iets wat Groen ! trouwens en terecht vraagt), wilde schaden. Het tegendeel is waar: door zijn artikels wilde hij uiteraard bijdragen tot de oplossing van de moord.

De Coninck wordt door het openbaar ministerie tevens gevraagd zijn bronnen prijs te geven. Dat is ronduit hilarisch (ware het niet om te huilen) want journalisten worden wettelijk beschermd om hun bronnen niet hoeven prijs te geven. Edoch wordt De Coninck gevraagd dat te doen. Begrijpen wie kan. Tussen haakjes: in 2006 erkende het arbitragehof ook het brongeheim van bloggers. Dat arrest is inmiddels omgezet in wetgeving. Op dat vlak is alvast het onderscheid tussen bloggers en 'reguliere, al dan niet 'erkende' journalisten (beroepsjournalisten dus), althans wettelijk, niet langer relevant. Tot spijt van wie het benijdt.

Moraal van het verhaal: persvrijheid krijgt men niet cadeau. Nergens, ook niet in Vlaanderen/BelgiŽ. Gelukkig is ze bij ons wettelijk vastgelegd en gegarandeerd. Alleen moet het gerecht wat meewillen. Tot nader orde is dat, doorgaans, het geval (geweest). Gelukkig. Houden zo !


U kan de petitie 'voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting' ondertekenen op www.MarcErnst.com/pressfreedom.

Mijn 'open brief' vindt u op www.MarcErnst.com/openbrief

(Deze tekst verscheen tevens in de, enkel via e-mail verspreide, elektronische nieuwsbrief Diogene(s), een uitgave van de vzw Mediadoc)


20/10/2008 door Marc Ernst

Weblog van Marc Ernst

 
'Zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet rijden' (Johan Anthierens)

'Uit het botsen der gedachten ontstaat het licht' (John Stuart Mill)

'Je mag je niet laten doen door het crapuul' (Wannes Van de Velde)

op marcernst.com
www (via google)

Blogroll

Onderstaande, Belgische, (alfabetisch gerangschikte) blogs behoren tot mijn Ďfavorietení. Want ze steken met kop en schouder uit boven de middelmaat in het genre. Wie denkt dat zijn/haar blog eveneens in kwalitatief opzicht bovenmodaal is, en dus aanspraak kan maken op een vermelding, mag me dat laten weten.