Hoe Areopa en zijn zaakvoerder Ludo Pyis mij en de Raad voor Journalistiek (een oor aan)naaiden

Al ruim vijf jaar voeren de bvba Areopa en de bvba Areopa Group International en hun zaakvoerder Ludo Pyis een heuse juridische guerrilla tegen ondergetekende. Het begon met een strafklacht in juli 2003 wegens vermeende schending van het briefgeheim en de privacy, laster en eerroof, stalking, inbreuk op eerlijke handelspraktijken en verspreiden van onjuiste informatie. Dat deden ze twee jaar nadat het eerste kritische artikel van mijn hand over hen verscheen op hrm.net, een website over personeelsmanagement waar ik toen eigenaar en hoofdredacteur van was en die sinds eind 2005 eigendom is van Filip De Saeger.

De aantijgingen van Areopa/Pyis tegen mij waren en zijn juridisch gezien echter erg zwak. Zoals te verwachten was, werd door het openbaar ministerie dan ook geen doorverwijzing naar de raadkamer gevorderd. Om nog even de schijn te kunnen hoog houden en het gezichtsverlies een tijdje uit te stellen, vroegen Areopa/Pyis de raadkamer om bijkomende onderzoeksdaden. Dat verzoek werd ingewilligd, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen die extra onderzoeksdaden geen nieuwe elementen opleveren van aard om de mening van het openbaar ministerie te wijzigen.

Alsof dat allemaal nog niet volstond, dienden Areopa/Pyis ook nog een klacht tegen mij in bij de Raad voor Journalistiek. Op basis van de documenten die Areopa/Pyis me eerder voorlegden en de destijds beschikbare informatie in het algemeen gaf ik aan de Raad toe dat mijn artikels over Areopa/Pys (in totaal meer dan 10, over een periode van vier jaar) 'enkel kleine en grotere onjuistheden' bevatten. Die had ik niet rechtgezet en dat was, volgens de Raad, niet conform de journalistieke plichtenleer. Daarom verklaarde de Raad de klacht van Areopa/Pyis gegrond. Dat is natuurlijk iets anders dan te stellen 'Raad voor journalistiek geeft Marc Ernst ongelijk' zoals sommigen, in een poging tot reputatiebeschadiging, vandaag doen (hier over meer in een volgende blog). Op basis van het standpunt van de Raad werd, op 12/6/2008, een rechtzetting gepubliceerd. Dat gebeurde ondanks dat Areopa/Pyis, in een mail (van 8/4/2008), liet weten na de uitspraak van de raad de zaak als beŽindigd te beschouwen en niet aandrong op publicatie van correcties/rechtzettingen.

In zowel de dagvaarding in kortgeding begin juni als de recente ten gronde maakte Areopa misbruik van de uitspraak van de Raad voor journalistiek. Die sprak zich immers niet uit over de inhoud laat staan het waarheidsgehalte van de kwestieuze artikels. De Raad stelde enkel dat de onjuistheden hadden moeten rechtgezet worden, los van het feit of daartoe gevraagd werd of niet. In die dagvaardingen wordt nochtans gesteld dat ik de beslissing van de raad naast me neergelegde. Daarmee wordt bedoeld: 1) de foute informatie niet corrigeerde (dit was op het moment van de eerste dagvaarding inderdaad nog niet gebeurd omdat het niet als hoogdringend werd beschouwd gezien de zaak al jaren aansleept, en, vooral, gezien Areopa/Pyis had laten weten dat correctie niet meer nodig was) en 2) verder ga met het online aanbieden van betreffende artikels. Alsof dat laatste me door de Raad was verboden! Die sprak zich daar niet over uit. Hij kan dit trouwens niet want dat ligt buiten zijn bevoegdheid die enkel deontologisch is. Enkel de rechtbank kan beslissen dat die artikels dienen off line gehaald te worden. Ik durf er gift op te nemen dat ze dat niet zal doen. En mocht ze dat toch in eerste aanleg doen, wordt ze in hoger beroep terug gefloten.

De rechtbank ging (gelukkig) niet in op het verzoek tot verwijdering van de artikels. In zijn vonnis van 11 juli 2008 verklaart ze zich onbevoegd wat betreft de aanspraken van Areopa/Pyis en verwierp hun argumenten als ongegrond, niet ter zake en/of overbodig.
Dat het Areopa/Pyis eigenlijk niet om de rechtzetting van vermeende onjuistheden te doen is maar om de verwijdering van alle artikels over hen, bleek al tijdens de contacten met de Raad voor Journalistiek. Die stelde voor om te bemiddelen tussen de partijen om te komen tot een soort 'recht van antwoord' of 'lezersbrief' met een correctie van de foutjes in de artikels. De Raad beoogt altijd een minnelijke schikking tussen partijen en te vermijden dat ze tot een uitspraak over het geschil moet komen. Pas als een akkoord tussen de partijen onmogelijk blijkt, wordt er over het geval een uitspraak gedaan (die dan gepubliceerd word op de website van de Raad). De halsstarrige houding van Areopa/Pyis en hun miskenning van de eigenlijke bevoegdheid van de Raad, maakten een minnelijke schikking echter onmogelijk.

Na in kortgeding in het zand gebeten te hebben, ging Areopa/Pyis, zoals te verwachten, ten gronde dagvaarden. Maar in tegenstelling tot wat gebruikelijk is voor de partij die dagvaart, talmt ze om conclusies neer te leggen.

Uit nadere investigatie van mijn kant blijkt vandaag dat de vermeende en door mij, destijds, aan de Raad, ten onrechte, toegegeven 'onjuistheden' wel degelijk correct zijn. Areopa/Pyis zijn er namelijk in geslaagd om me met praatjes en valse bewijsstukken iets op de mouw te spelden. Anders gezegd: ik werd beduveld, ze naaiden me een oor aan.

Onderstaande, door Areopa/Pyis altijd gecontesteerde informatie, is, zo staat vandaag vast, wel degelijk juist.

Ludo Pyis is nooit faculty member geweest van het Management Center Europe (MCE) en beweerde in 2004 ten onrechte dit te zijn.

Areopa/Pyis beweert dat Ludo Pyis wel degelijk faculty member is geweest van het Management Center Europe (MCE) en ik foute informatie verspreidde door dit in twijfel te trekken.

Om dit te 'bewijzen' legde het mij een generieke, niet aan Areopa/Pyis persoonlijk gerichte 'brief' (d.d 2 augustus 2002) voor en een business card van MCE, op naam van Ludo Pyis.

Eind 2004 stelde Ludo Pyis zich in een uitnodiging voor een seminar van de Vlaamse Management Associatie (VMA) voor als faculty member van Management Centre Europe (MCE). Ik schreef destijds dat hij dat ten onrechte deed want toen geen faculty member was. Areopa/Pyis beweerden en beweren nog steeds dat mijn informatie fout was/is, dat Pyis wel degelijk faculty member van MCE was/is. Mijn berichtgeving was nochtans gebaseerd op off the record-verklaringen van toenmalige MCE-medewerkers. In latere contacten met MCE is de juistheid ervan bevestigd. Vandaag verklaart de managing director van Management Centre Europe, Francis van den Bosch, schriftelijk, dat Pyis inderdaad nooit faculty member is geweest en dat zelf indien hij dat in het verleden ooit geweest zou zijn (wat niet het geval is), hij zich hoe dan ook eind 2004 niet meer als dusdanig mocht voorstellen. Klik hier voor die verklaring.

Parenthesis. Pyis blijft volharden in de boosheid want stelt zich vandaag in zijn profiel op netwerking-website Xing nog altijd voor als faculty member van Management Centre Europe.

In dat profiel staan trouwens ook andere beweringen die niet kloppen: onder meer dat hij professor is aan het Vesalius college (VUB) in Brussel, aan de European Business Management School in Antwerpen en visting professor aan de Vlerick School of Management en de Vrije Universiteit Brussel. Dat dit onjuist is, onthulden we destijds op basis van verklaringen van de betrokken instellingen. De juistheid van die revelaties is nooit door Areopa/Pyis betwist.

Ook niet correct in zijn Xing-profiel is het feit dat Ludo Pyis vandaag bestuurder is van n.v. Exellence Partners. Die vennootschap, die voluit eigenlijk Pyis-Bommerez TPG Benelux Exellence Partners heette en in 1990 als Progrim werd opgericht, is door de handelsrechtbank van Nijvel op 13 juli 2000 in faillissement verklaard. Op 19 december 2001 is dat faillissement door die zelfde rechtbank afgesloten, evenwel zonder verschoning voor de vennootschap. De verschoonbaarheid van bedrijven in geval van faillissement was vroeger, onder de oude faillissementswet (die in 2005 is gewijzigd) mogelijk. Vandaag is dat niet meer het geval. Pittig weetje: Jan Bommerez is een (naar eigen zeggen) ex-Scientology-lid die nu in de Verenigde Staten woont.

Behalve bij het faillissement van Exellence Partners, is Pyis ook betrokken bij een rist van andere falingen (hierover werd door hrm.net/HRM Focus ook al bericht in 2002): Atlas Pharma (7/6/1991), Edelweiss (16/5/1994), VOID Consult bvba (18/2/1997), Atlas Systems (22/4/1993), Maevick Exellence Group (Pyis nam er ontslag als bestuurder op 6/3/1995,  het bedrijf werd failliet verklaard op 17/6/1999), Atlas Organizational Development (6/3/1992) en Creative Business Systems (4/8/1997). Inzake faillissementen kan Ludo Pyis dus terugblikken op een nogal 'indrukwekkend' palmares. Sinds 22/12/1990 bestaat er echter ook een VOID Consult nv met, sedert 1996, Anne-Marie Masscheleyn en Ludo Pyis als bestuurders. Masscheleyn is de levensgezellin van Pyis. De gefailleerde gelijknamige bvba werd door de rechtbank van koophandel van Mechelen niet verschoonbaar verklaard (wat in die tijd nog kon, vandaag niet langer).

Dat Pyis, als ex bestuurder van de gefailleerde (en niet verschoonde) bvba VOID Consult, vandaag bestuursverantwoordelijkheid draagt in tal van andere bedrijven is wettelijk geen probleem. Maar omwille van het aantal faillissementen in het verleden waar hij, als bestuurder, bij betrokken was en zijn talrijke bestuursmandaten vandaag (alsmede het feit dat hij ook veroordeeld is voor valsheid in geschriften), zouden hij en zijn huidige zakelijke initiatieven misschien toch wat meer aandacht mogen krijgen van de kamer voor handelsonderzoek (de vroegere 'depistage'-kamer) verbonden aan de rechtbank en kamer van koophandel; in casu die van Mechelen. 

Die monitort systematisch de handel en wandel en de financiŽle gezondheid van ondernemingen in het algemeen en van 'verdachte' bedrijven  in het bijzonder. De 'knipperlichten' van de kamer voor handeslonderzoek zouden, normaal gezien, al moeten gaan branden wanneer een vennootschap wettelijk verplichte publicaties in het staatsblad meer dan een jaar te laat indient. Dat is nochtans wat gebeurde met betrekking tot de notullen van de jaarvergadering van VOID Consult nv van 7/9/2003 (waar de verlenging van het mandaat van Ludo Pyis en Anne Masscheleyn werd beslist). Die informatie werd meer dan een jaar na datum, meer bepaald op 7/6/2003, op de griffie van de rechtbank van koophandel van Mechelen neergelegd. Ze verscheen in het staatsblad van 16/6/2004.

Nog dit: VOID Consult nv blijkt eigenaar te zijn van de domeinnaam www.villardennes.be, een website die dient om huizen en terreinen te verkopen en te verhuren in de Ardennen. De contactpersoon van de licentienemer is Anne Masscheleyn. Toeval of niet, maar Anne Masscheleyn, was, blijkens publicaties in het staatsblad, alvast in de jaren 2003-2004, gedomicilieerd in de Belgische Ardennen (meer bepaald in FeriŤres). Blijkens eveneens publicaties in het staatsblad woonde Ludo Pyis in die jaren officieel in Thailand/Bankok. Naar onze informatie vertoefde Pyis in die tijd echter voor het overgrote deel van het jaar in BelgiŽ. Daarom had hij, wettelijk gezien, toen in ons land moeten gedomicilieerd zijn.

Areopa werkte nooit voor de Wereldbank.

Areopa stelt dat ik ten onrechte schreef dat het nooit voor de Wereldbank heeft gewerkt want dat dit wel degelijk het geval is. De Financieel Economische Tijd meldde in zijn editie van 8 juni 2002, op gezag van Ludo Pyis, dat Areopa de Wereldbank als klant heeft. Areopa is voornamelijk actief in Europa, het Midden-Oosten en Zuidoost-AziŽ. We hebben ook een kleine activiteit in de VS, waar we hoofdzakelijk samenwerken met de Wereldbank', heette het.

Deze informatie werd door mij op haar waarheidsgehalte gecontroleerd. Daarbij werd vastgesteld dat de naam Areopa niet voorkwam op de lijst van de 'contractors' van de Wereldbank. Daarom schreef ik dat het dus weinig waarschijnlijk is - let op  de voorzichtige en genuanceerde formulering - dat Areopa inderdaad ooit voor de Wereldbank werkte.

Areopa legde me nadien stukken voor die zouden 'bewijzen' dat de Wereldbank op haar beroep deed. Maar dat was een gewiekste poging tot misleiding (waar ik in eerste instantie in getrapt ben). Wat deed de controversiŽle consultant namelijk ? Men legde me een onder meer een document voor dat aantoont dat Areopa geregistreerd staat in de zogenaamde Dacon-databank. Dat is een (online) databank waar potentiŽle/geÔnteresseerde contractors (dienstverleners dus) die voor de Wereldbank willen werken zich dienen in te registreren.  Dat laaste vertelde men er echter niet bij, deed het uitschijnen dat die databank ťchte contractors bevat, bedrijven die inderdaad voor de Wereldbank werkten. Opname in de Dacon-datase zegt echter niets over het feit of men daadwerkelijk voor instelling heeft gewerkt. Ten bewijze: ik registreerde mezelf, met mijn professioneel e-mail adres, ook in de Dacon-databank. Dat wilt uiteraard niet zeggen dat ik ooit, als contractor, voor de Wereldbank werkte.

Daarnaast werd ik ook in kennis gesteld van een niet-gepersonaliseerde mail/newsletter afkomstig van de 'World Bank Institute Alumni'. Ook dit document zou, volgens Pyis, aantonen dat Areopa voor de World Bank gewerkt heeft. Dat doet het natuurlijk niet. Iedereen kan, zo blijkt nu, die nieuwsbrief bezorgd krijgen. Ook ik heb me inmiddels aangemeld voor het e-zine en kreeg het, net als Areopa, toegestuurd.

In al mijn naÔviteit (en gebrek aan grondige controle van de stukken) ben ik in de opgespannen val getrapt. En ging twijfelen aan de juistheid van mijn berichtgeving over de relatie tussen Areopa en de Wereldbank ( 'bekende' mijn berichtgevng terzake als fout aan de Raad voor Journalistiek). Volledig ten onrechte, zo blijkt nu na nader onderzoek. Het ultieme bewijs dat Areopa nooit voor de Wereldbank werkte is echter de formele, geschreven, ontkenning door de instelling zelf. Klik hier voor dat document.

Al deze stukken en vooral de handelswijze van Areopa tonen aan dat dit adviesbedrijf en haar zaakvoerder Ludo Pyis er niet voor terugdeinzen om met list en bedrog de waarheid geweld aan te doen. Ze geven ook aan dat Areopa/Pyis er evenmin voor terugschrikken om wie hun verdichtsel ontmaskert, af te schilderen als leugenaar. Het verhaal van de dief die roept 'hou de dief' als het ware.

Areopa heeft ook ongelijk inzake mijn nuancering bij de opgave van een aantal bedrijven (o.a.  Telenet, BBL, Belgacom, Daimler-Chrysler en Henkel) als referentie. 

Ik schreef destijds, in HRM News (nr  75, 20/12/2002), het volgende: 'Wie dat (de opgave van die referenties, M.E.) alvast niet langer op prijs stelt, is een hele rits van bedrijven waarvan Areopa ten onrechte beweert dat het er een klantenrelatie mee heeft. Telenet en IBM hadden de consultant al eerder verzocht om hun logo van diens website te verwijderen. Henkel, Unisys, DaimlerChrysler en Hewlett-Packard zullen dat eveneens doen (of hebben dat inmiddels al gedaan). Belgacom en BBL ontkennen ook klant te zijn van de in opspraak gekomen consultant, maar vinden het vreemd genoeg niet nodig om Areopa expliciet te sommeren hun logo van zijn site te verwijderen.'

Er werd dus niet botweg gesteld dat er geen samenwerking is geweest, er werden enkel kanttekeningen geplaatst bij het feit dat die ondernemingen door Areopa als referentie werden opgegeven. Dat deed ik onder meer omdat de samenwerking erg lang geleden was (soms zelf dateerde uit de periode dat Pyis actief was met een ander bedrijf: Atlas Consulting), en/of omdat ze geen betrekking had met de dienstverlening van Areopa op het moment van publicatie van het artikel, en/of omdat de vermelding van deze referentie (en het gebruik van het logo van het betreffende bedrijf) gebeurde zonder toelating van de betrokken firma.

In deze kwestie legde Areopa me onder een document voor dat zou aantonen dat het wel degelijk een klantenrelatie heeft gehad met Mercedes Benz/DaimlerChrysler. In een schrijven uit 2002 (aan mij/hrm.net) laat Mercedes Benz/DaimlerChrysler echter weten 'al geruime tijd geen commerciŽle relaties meer te hebben  met de vennootschap Areopa' en 'de nodige stappen te ondernemen om iedere verwijzing op de website van Areopa te doen verwijderen'.

In verband met Henkel legde Areopa facturen voor die dateren van 1993, 1994 en 1997. Het artikel uit HRM News dat kanttekeningen plaatste bij de beweerde klantenrelaties dateert uit 2002. Niet enkel is niet letterlijk geschreven dat Henkel geen klant is geweest, bovendien blijken de kanttekeningen met betrekking tot de beweerde klantenrelatie met Areopa terecht. In werkelijkheid dateerde die samenwerking uit de periode 1993-1997. In de jaren dat er wel voor Henkel werd gewerkt, was de dienstverlening van Areopa bovendien grondig verschillend met die uit de periode van het artikel in HRM News (2002). Eigenlijk betrof het een andere firma want in 1995-1996 werd Areopa, na een ontluisterend rapport van een bedrijfsrevisor (dat hrm.net onthulde en online plaatste), opgesplitst. Uit onvrede met het gevoerde beleid van Pyis en onregelmatigheden door de bedrijfsrevisor vastgesteld, stapte een gedeelte van de consultants, onder leiding van Luc Van Leemput, na een formele boedelscheiding (en juridische stappen), uit Areopa en zetten een nieuwe firma op: Zigomar.

Na kennisneming van de enkele documenten van Areopa in verband met Belgacom, BBL en Telenet blijf ik bij mijn stelling dat die ondernemingen evenmin opgezet waren met de referentieopgave en vermelding van hun logo op de website van Areopa. In het geval van Telenet werd Areopa trouwens ook verzocht om dat logo en die referentie te verwijderen.

Tot slot nog dit: de berichtgeving inzake HP (Hewlet-Packard) in HRM News 72 & 73 en in HRM Focus 21, meer bepaald het feit dat Areopa zich ten onrechte uitgaven als relatie van deze onderneming, is gebaseerd op het artikel uit De Morgen van 15 juni 2002. HRM News 72 verscheen  op 22 juli 2002, dus na het artikel in De Morgen. Er wordt duidelijk aangegeven in HRM News dat de bron van de informatie over HP (met name diens ontkennen van een klantenrelatie met Areopa) de krant De Morgen is. De Morgen kreeg van Areopa/Pyis nooit het verzoek om deze informatie recht te zetten, laat staat dat het een formeel 'recht van antwood' in dat verband kreeg.

Bovendien: de factuur die Pyis/Areopa me voorlegden om aan te tonen dat het wel ooit een klantenrelatie had met HP doet niets af aan het feit dat HP het niet (langer) op prijs stelt om als referentie opgegeven te worden zoals door HRM News op gezag van De Morgen schreef. 

Besluit van het verhaal: de diverse artikels, destijds gepubliceerd op hrm.net en in diens e-zine HRM Focus (en nu raadpleegbaar op HRMblogs.net/areopa) bevatten niet de onjuistheden die Areopa/Pyis mij aanwrijven. Om die reden zal ik, via mijn raadsman (Jos Van der Velpen, tevens voorzitter van de Liga voor Mensenrechten), de Raad voor Journalistiek verzoeken om terug te komen op haar eerdere uitspraak in mijn verband naar aanleiding van de klacht van Pyis/Areopa. Dat laatste is echter geen evidente zaak, omdat de statuten van de Raad dergelijke situatie niet voorzien.

Bent u geschokt na de lectuur van bovenstaande ? En tekende u de petitie 'tegen beknotting van de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, voor het recht op kritische en onderzoeksjournalistiek' nog niet ? Die werd, door een aantal personen uit vooral de zaken -, media - en academische wereld, gelanceerd naar aanleiding van de strafklacht en, vooral, het kortgeding van Areopa tegen uw dienaar. Ruim 280 personen, waaronder heel wat HR-professionals, tekenden de oproep. U kan dat (alsnog) doen op MarcErnst.com/pressfreedom

P.S. In zijn dossier aan de Raad voor Journalistiek maakten Areopa/Pyis (op pagina 10) melding van het feit dat ik, volgens hen, 'nog een procedure lopen heb tegen een van mijn vorige werkgevers', met name X  (de naam van het bedrijf wordt in het document vernoemd maar laat ik hier op redenen van discretie onvermeld). Daarnaast stellen ze ook nog : 'Marc Ernst zou evenwel bij zijn vertrek niet nagelaten hebben om de data van X te ontvreemden.'

Als voorbeeld van desinformatie (en laster) kan dit tellen: de gerechtelijke procedure dateert van zowat tien jaar geleden, ik was de dagvaardende partij en de zaak is in mijn voordeel beslecht: de openstaande facturen voor freelance journalistieke werk werden betaald. Dat ik 'data'  bij die voormalige werkgever, eigenlijk opdrachtgever, zou ontvreemd hebben, is totaal onwaar. De betreffende uitgever maakte daar nooit enige allusie op, laat staan dat hij er een strafklacht over neergelegde of mij er voor dagvaardde voor de rechtbank.

Deze en andere onjuiste en lasterlijke informatie uit het dossier dat Areopa/Pyis overmaakte aan de Raad voor Journalistiek zal, ten gepaste tijd, onderwerp zijn van een strafklacht wegens laster en eerroof tegen de auteurs er van - tevens indieners van de klacht bij de Raad.

De Raad voor Journalistiek hechtte uiteraard geen enkel belang aan deze en andere onjuiste en lasterlijke informatie in het dossier van Areopa/Pyis. Ze liet haar oordeel (en zogenaamde 'uitspraak') op geen enkel wijze beÔnvloeden door deze en andere informatie overgemaakt door Areopa/Pyis. De enige basis voor haar uitspraak (zonder disciplinair, laat staan juridisch, karakter) was mijn erkenning 'kleine en grotere onjuistheden gepubliceerd te hebben' over Areopa/Pyis. De Raad velde geen oordeel over de inhoudelijke aspecten van de klacht van Pyis/Areopa. Statutair kan ze dat trouwens niet. Haar uitspraak heeft enkel betrekking op mijn deontologische fout, met name het verzaken van het corrigeren van informatie waarvan de onjuistheid me bekend was. Vandaag weet ik echter (zie hier boven) dat die informatie wel degelijk correct was en dat ik door Areopa/Pyis in het ooitje ben genomen. Wat ik ondertussen ook weet, lees: geleerd heb, is om klachten bij de Raad voor Journalistiek ernstig te nemen en dat het wenselijk, ja zelfs noodzakelijk is, om zich ter zake te laten adviseren en assisteren door advocaten.  Een laatste lering uit deze hele affaire is om meer op mijn hoede te zijn voor individuen die in het verleden blijk gaven van weinig scrupules voor geen haar te vertrouwen, ze systematisch te wantrouwen is geen overbodige luxe. De manier waarop Areopa/Pyis me een tweede keer in de luren legde door na de uitspraak van de Raad voor Journalistiek enerzijds te stellen geen belang meer te hechten aan een rechtzeting - op dat moment was ik nog overtuigd 'kleine en grotere onjuistheden' gepubliceerd te hebben over hen - en me dan kort nadien in kortgeding dagvaardden met onder meer als rede geen correctie gepubliceerd te hebben is ronduit een ploertenstreek. De uitspraak van de Raad voor Journalistiek vandaag op manipulatieve wijze misbruiken in allerlei juridische procedures (door een inhoudelijke desavouering te laten uitschijnen) tart werkelijk elke verbeelding. En elk fatsoen. Het is de schaamte ver voorbij.

----------------------------------------------------------------------

UPDATE (27/9/2009)

De juistheid van mijn informatie over Areopa/Pyis en het bedrieglijke/misleidende karakter van hun klacht bij de Raad voor Journalistiek wordt bevestigd door het arrest van het Hof van Beroep te Brussel (Kamer van inbeschuldigingstelling) van 24/9/2009.  Het Hof  verklaarde het hoger beroep van Areopa/Pyis ontvankelijk maar ongegrond.

Daarmee bevestigde ze de eerdere beschikking van de rechtbank van eerste aanleg (Raadkamer). In die beschikking van 8/5/2009 stelde de Raadkamer van de Rechtbank van eerste aanleg van Brussel Marc Ernst buiten vervolging voor het geheel van de (samengevoegde) strafklachten van Areopa/Ludo Pyis en Yves Paneels: laster en eerroof, schending van het briefgeheim, stalking, verspreiden van onjuiste informatie en inbreuk van de wet op de eerlijke handelspraktijken.

Conform hun reputatie van heuse juridische procedureoorlogen te voeren, hebben Areopa/Ludo Pyis cassatieberoep aangetekend tegen de beschikking van het Hof van Beroep. Met een aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal het hof van Cassatie, dat zich enkel buigt over vormvereisten/procedurekwesties (en niet over de grond of inhoud van de feiten), het arrest van het Hof van Beroep, bevestigen (niet vernietigen) omdat alle vormvereisten en rechtsregels wel degelijk correct werden geÔnterpreteerd en toegepast.

Eerder beet Areopa/Ludo Pyis ook al twee keer in het zand in kortgedingen om voor hen onwelgevallige artikels/blogspost van de hand van Marc Ernst offline te krijgen.

Idem dito met hun verzoek aan de raadkamer voor bijkomende onderzoeksdaden. Dat werd zowel in eerste instantie als in beroep geweigerd wegens 'niet noodzakelijk om de waarheid te achterhalen'.

Het Hof van beroep motiveerde haar arrest als volgt: 'Overwegende dat uit het onderzoek is gebleken dat de heer Ernst heeft gehandeld enkel met de journalistieke bedoeling om relevante informatie kenbaar te maken; Dat het kwaadwillig opzet, essentiŽel moreel bestanddeel van het misdrijf van laster, niet aanwezig is gebleken; Dat de informatie werd verspreid na behoorlijke controle van de bronnen en met inachtneming van de voorschriften inzake journalistieke deontologie; Dat overigens de vermeende onjuistheden, na verder onderzoek door de heer Ernst, niet verkeerd bleken te zijn; Overwegende dat er dan ook tegen de verdachte geen bezwaar bestaat; Overwegende dat er dus aanleiding is tot bevestiging van de bestreden beschikking van de raadkamer, Vordert het Hof (Kamer van Inbeschuldigingstelling) het hoger beroep te ontvangen, doch ongegrond te verklaren.

Zie ook : Areopa/Pyis betrokken bij lasterlijke/leugenachtige website rechtvanantwoord.com

----------------------------------------------------------------------

UPDATE (14/2/2010)

Na zeven jaar juridische belaging vanwege Areopa/Pyis en zijn raadslieden, het befaamde advocatenkantoor Nelissen Grade, waarbij list en bedrog (het poneren van pertinente onwaarheden voor de rechtbank, gestaafd met gemanipuleerde stukken) niet werden geschuwd, bevestigt het Hof van Cassatie met zijn arrest van 2/2/2010 de eerdere uitspraak van het Hof van Beroep in deze zaak: ik maakte me niet schuldig aan laster en eerroof jegens Areopa bvba en zijn zaakvoerder Ludo Pyis.

De definitieve, juridische, waarheid is dus dat al mij artikels over de zakelijke handel en wandel van Ludo Pyis/Areopa (zie HRMblogs.net/areopa) correct zijn en dat er geen sprake is van laster en eerroof.

Het Hof van beroep stelde in haar arrest (dat bevestigd want niet verbroken werd door het Hof van Cassatie) dat "de heer Ernst heeft gehandeld enkel met de journalistieke bedoeling om relevante informatie kenbaar te maken. (...) de informatie werd verspreid na behoorlijke controle van de bronnen en met inachtneming van de voorschriften inzake journalistieke deontologie."

9/12/2008 door Marc Ernst

Weblog van Marc Ernst

 
'Zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet rijden' (Johan Anthierens)

'Uit het botsen der gedachten ontstaat het licht' (John Stuart Mill)

'Je mag je niet laten doen door het crapuul' (Wannes Van de Velde)

op marcernst.com
www (via google)

Blogroll

Onderstaande, Belgische, (alfabetisch gerangschikte) blogs behoren tot mijn Ďfavorietení. Want ze steken met kop en schouder uit boven de middelmaat in het genre. Wie denkt dat zijn/haar blog eveneens in kwalitatief opzicht bovenmodaal is, en dus aanspraak kan maken op een vermelding, mag me dat laten weten.